De 4-P’s voor de beste maïsrassenkeuze

Een juiste maïsrassenkeuze maakt het verschil in opbrengst en kwaliteit.

Het saldo is bepalend



Het is voor u als teler van het grootste belang om met maïs een zo hoog mogelijk saldo te behalen. Enerzijds door te streven naar een zo hoog mogelijke voederwaardeopbrengst per hectare, dus een zo hoog mogelijk saldo per hectare. Anderzijds door een zo optimaal mogelijke (ruw)voederefficiëntie na het voeren van maïs. Zeker omdat, als gevolg van verschillende oorzaken, het maïsareaal in de Benelux kleiner is geworden en er behoefte is aan een zo hoog mogelijke opbrengst van kwalitatief hoogwaardige maïs per hectare.

Recentelijk heeft KWS een E-book gepubliceerd, waarin alle aspecten voor realisatie van een zo economische mogelijke melkproductie aan de orde komen. Klik hier om deze gratis te downloaden.





P1 | Kies voor een passende vroegrijpheid op basis van de korrel



Laat u leiden door de vroegrijpheid van de korrel als het gaat om de rassenkeuze. Het zetmeel in de korrel is in maïs de (glucogene) energieleverancier. Daarom is het zo belangrijk om een ras te kiezen dat in het groeiseizoen ook daadwerkelijk kan zorgen voor de maximale zetmeelproductie. De korrel bepaalt per slot van rekening het oogstmoment, daarom is het zo belangrijk om te kiezen voor een maïsras waarvan in proeven en in de praktijk is bewezen dat het vroeg is in de korrel.




P2 | Kies voor een ras met de hoogste voederwaardeopbrengst (= korrelopbrengst) in de door u gekozen vroegrijpheidsklasse

De korrelopbrengst bepaalt bijna de volledige voederwaardeopbrengst ofwel de economische opbrengst van maïs. De korrel in maïs bevat het zetmeel. Het zetmeel in de korrel is de (glucogene) energieleverancier voor (melk)vee. Daarom is het belangrijk, ook voor silomaïs, om een ras te kiezen met een zo hoog mogelijke voederwaardeopbrengst (= korrelopbrengst) per hectare. Streeft u naar een zo hoog mogelijke energieconcentratie? Dan hoort hoger hakselen of oogsten als MKS of CCM tot de opties. Deze mogelijkheden heeft u niet bij rassen met een lagere korrelopbrengst.

In de stengel zit nog een klein beetje eiwit, suiker en mineralen. Het is aan diegenen, die nog steeds denken dat er ook veel melk van stengel en blad geproduceerd wordt, om dit met feiten te onderbouwen. Er is in 2018, als gevolg van droogte, veel kolfloze maïs geoogst met op papier een ‘voederwaarde’ van 850 of 900 VEM. Wie met deze VEM’s bij het maken van de rantsoenen heeft gerekend, zal tot de conclusie zijn gekomen dat de melkproductie achter is gebleven. In dat geval moet er veel extra energierijk krachtvoer bij om dit te corrigeren. Voor hoge producties moet veel energie worden aangeboden in de vorm van zetmeel. De beste korrelmaïs met vroegrijpe kolven en een hoge opbrengst is daarom ook de beste silomaïs. Wie een andere focus legt, levert inkomen in!

Als basis voor de maïsrassenkeuze worden meestal de resultaten van (officiële) proefveldinstanties geraadpleegd. Hierbij is voorzichtigheid geboden met de resultaten die naar aanleiding van groeiseizoen 2018 gepresenteerd zijn. Veel maïsproefvelden zijn niet of te laat beregend. De maïs is, afhankelijk van het moment van de droogte, de bloei van de verschillende rassen en de droogtegevoeligheid van delen van het perceel, op veel plaatsen in ‘stress’ geraakt.

De verschillen in opbrengst zijn hierdoor vaak niet meer alleen aan de genetische potentie van de rassen toe te schrijven. Om die reden zijn de resultaten van de individuele proefvelden van silomaïs met gemiddeld minder dan 20 ton ds opbrengst/ha en van korrelmais met minder dan 10 ton ds opbrengst/ha geen goede basis voor de rassenkeuze. Veel silomaïs- en korrelmaïsproefvelden op zandgrond konden op basis hiervan geschrapt worden.


Figuur: In groeiseizoenen met een bovengemiddeld hoge temperatuursom, halen latere maïsrassen wel een hogere opbrengst en lijken vroeger. Dat in tegenstelling tot in normale jaren.

Omdat veel proefvelden te laat geoogst zijn, kwamen de resultaten van maïsrassen met middenlate rassen in 2018 relatief goed naar voren. Door deze resultaten nu mee te nemen in het meerjarig gemiddelde worden deze rassen bij teelt onder gangbare gemiddelde weersomstandigheden overschat, zijn ze zelfs misleidend en zullen de resultaten in de praktijk altijd tegenvallen.

Door een te late start van de oogst van de silomaïsproefvelden zijn vervolgens ook de korrelmaïsproefvelden laat geoogst. Nu is de oogst van korrelmaïs met een droge korrel geen ramp. Een droge korrel minimaliseert per slot van rekening de droogkosten. Het grote probleem is dat dit helaas niet overeenkomt met de meerjarige praktijk, waarbij hoge drogestofpercentages, of in dit geval voor korrelmaïs lage vochtpercentages, nooit gehaald zullen worden. Resultaten van rassen die wel bij gangbare drogestofpercentages geoogst zijn, laten de vaste en herkenbare positie zien zoals die onder meerjarige en gemiddelde praktijkomstandigheden ook verwacht mag worden.

Vandaar ook het grote belang voor de gangbare praktijk van het juiste oogstmoment van proefvelden, in relatie tot het vooropgestelde gebruiksdoel. Alleen op deze manier worden eerlijke en betrouwbare resultaten gepresenteerd, die overeenkomen met de werkelijke genetische potentie van het ras binnen het huidige klimaat.
Voorbeelden van betrouwbare resultaten op basis van meerjarige proeven, zijn hieronder te vinden. Daaruit komen de topposities van de maïsrassen Stabil, Megusto en Corazon sterk naar voren.

P3 | Stay green als uiting van oogstzekerheid



Wanneer een silomaïsras op het goede moment van korrelrijpheid geoogst wordt (= harddeegrijp tot volledig rijp) is een stay greenras duidelijk in het voordeel door de gezonde en stevige plant. Kies daarom voor een harmonisch afrijpend of liever nog voor een stay greenras en niet voor een ras waarvan de plant bij korrelrijpheid volledig is afgestorven. Een stay greenras geeft een garantie voor oogstzekerheid.



Proefveldresultaten zijn niet altijd eensluidend en correct gecommuniceerd. Veel resultaten geven niet weer wat men als teler in de praktijk ervaart. De eigen ervaringen moeten daarom een belangrijke rol spelen voor wat betreft evaluatie van landbouwkundige eigenschappen.

  • Vaak echter worden er cijfers gegeven zonder een correcte evaluatie.
  • Vervolgens hebben deze cijfers dan voor de praktijk geen waarde.
  • Ook worden ze soms geëvalueerd en krijgen een cijfer maar deze worden verkeerd gepresenteerd en dus geïnterpreteerd.

Verkeerde informatie kan grote impact hebben op de opbrengst en daarmee het inkomen van de teler/gebruiker. Zo krijgen sommige rassen op de Nederlandse Rassenlijst een 7,5 voor zomerlegering/wortellegering, terwijl deze rassen regionaal in 2017 en in 2018 volledig gelegerd zijn. Andere rassen krijgen een 8 of hetzelfde cijfer en bleven wel voor 100% recht staan. Logisch dat de teler denkt bij het lezen van de cijfers dat ze ongeveer gelijk zijn. Echter in de praktijk ervaart men de ramp. De cijfers rijmen niet met de ervaringen in de praktijk en andere proefveldwerkingen.

Dat zelfde gebeurt met Fusarium. Een ras krijgt een 5 en dus verwacht men dat het een probleem in de praktijk is. Als dat dan niet zo blijkt is men positief verrast en is het ras onterecht misprezen en ter zijde gezet. Dat geldt ook voor andere eigenschappen. Het raadplegen van proefveldresultaten van meerdere instanties in combinatie met de eigen ervaring is het advies.

Om hier helderheid te verschaffen is er een lijst van positieve rassen voor geval van specifieke problemen samengesteld.

De beste maïsrassenkeuze om de volgende problemen te voorkomen:


Rhizoctonia:
Stabil, Colisee, Ricardinio,
Benedictio, Rivaldinio,
Frederico, Torres,
Ronaldinio, Figaro,
Kalideas, Walterinio




Maïskopbrand:
Autens, Stabil, Megusto,
Kordalis, Katarsis, Efficiens,
Rancador, Figaro




Builenbrand:
Stabil, Keops, Magnet,
Benedictio, Havelio,
Juvento, Kordalis,
Efficiens, Rancador,
Agrofides, Kompetens,
Genialis, Iconico,Ronaldinio,
Torres,Figaro, Kalideas




Wortellegering:
Coryphee, Autens,
Papageno, Megusto,
Havelio, Juvento,
Kordalis, Kaprilias,
Benedictio, Efficiens,
Genialis, Kompetens,
Iconico, Millesim,
Corazon, Figaro,
Kalideas



P4 | Het juiste advies bij de teelt, oogst en opslag van maïs

Het telen van maïs is als gevolg van veranderende klimatologische omstandigheden en de mestwetgeving steeds meer een uitdaging aan het worden. Zorg ervoor dat u met hulp van uw teeltadviseur de omstandigheden die het succes van de teelt bepalen, zoveel mogelijk onder controle houdt.

Dit kan u ook interesseren

Veehouder Koonstra bespaart op voerkosten met MKS en KWS Feedbeet

Een mengkuil met maïskolvenschroot (MKS) van een middenvroeg KWS-maïsras en voederbieten -KWS Feedbeet- helpt de 90 koeien van Pieter Koonstra uit Vinkenbuurt aan 4,71% vet en 3,70% eiwit, bij ...

Vroege maïs en Snelle Lente Rogge het antwoord op de 65% eiwit eis

Om naast de teelt van gras, op een eenvoudige en doeltreffende manier te voldoen aan de 65% eiwit eis als onderdeel van het stelsel Grondgebondenheid, introduceert KWS het Maïs-Rogge-Maïs (MRM) ...

Succes Story: Otten te Makkinga

De restplant heeft voor de grond meer waarde dan voor de koe Bij maatschap Otten te Makkinga wordt al enige jaren de maïs hoger gehakseld. Zo wordt het aandeel kolf in de silomaïs groter en neemt ...

Onze blog verkennen:

Maismanager App

Met behulp van de KWS-Maïsmanager App beschikt u over de unieke mogelijkheid om de teelt en het gebruik van KWS-maïs verder te perfectioneren. Hierbij is er zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de meest recente en juiste informatie die beschikbaar is en betrekking heeft op maïs.

Uw winkelwagen